Don’t pump up the sunshine

De Amerikaanse Barbara Frederickson bedrijft positieve psychologie, een gewaardeerde stroming met veel betekenis voor het alledaagse leven. Ook studenten kunnen hun voordeel doen met inzichten van Frederickson.

In het korte fragment http://www.youtube.com/watch?v=_hFzxfQpLjM toont zij het belang van een optimale balans tussen positieve en negatieve ervaringen. Zij vergelijkt de balans met een zeilschip, de romp en kiel vertegenwoordigen het negatieve, de mast en zeilen het positieve, het één kan niet zonder het andere.

‘Don’t pump up the sunshine’ beveelt zij aan maar geef vorm aan een positieve mindset door steeds opnieuw open te zijn, nieuwsgierig, aardig en echt. ‘Tob niet over de toekomst’ zegt ze, en ‘somber niet over het verleden’, maar sta open voor bronnen die je positief beïnvloeden.

Martine Delfos

Martine Delfos is een autoriteit op het gebied van onderzoek naar kenmerken van jeugd en jongeren en niet te missen als informatiebron voor opvoedondersteuning. Haar recente boek[1] is een must-read voor ouders,  niet in de laatste plaats vanwege de samenvattende oneliners die overtuiging en actie motiveren. (‘Ouders zijn soms bang dat het zinloos is om grenzen te stellen.’, p.280).

Mooi is dat het wortelt in zeer oude kennis (Aristoteles:  ‘het karakter van de jeugd is geneigd tot begeerte’), de jongste inzichten over rijping van het centrale zenuwstelsel ( ‘De rijping ervan duurt 27 jaar.’ p.56) en de invloed van media en het virtuele milieu (‘Het VM is een opvoedende instantie die niet als zodanig is bedoeld.’ p. 191)

Vooral in een tijd waarin veel aandacht gevraagd wordt voor jongens-en-onderwijs[2], is belangrijk dat ouders zich realiseren welke positie zij innemen in het netwerk van hun kind, en hoe zij met hun kind kunnen communiceren.

Informeer je ook met http://hetkind.org/2014/12/13/lezing-martine-delfos-pubers-willen-hun-hersens-gebruiken/

 

 

 



[1] Psychologie van de adolescentie (Pearson, 2012)

Steun, sturing en inspiratie

Er is steeds meer aandacht voor de hersenen[1] en recent onderzoek bevestigt dat de ontwikkeling van onze hersenen na de adolescentie door gaat tot in de volwassenheid. Het is bitter te weten dat juist in de fase van de adolescentie, waarin jongeren allerlei belangrijke beslissingen moeten nemen, die hersenontwikkeling tot ongewenst gedrag kan leiden. Gevoelens rijpen eerder dan het verstand (cognitieve controle) en in de praktijk is die ontwikkeling vooral zichtbaar bij jongens die zich impulsief en risicovol gedragen. Esther Keulers onderzocht de hersenontwikkeling van adolescenten en constateerde nieuwe verschillen tussen de geslachten in hun ontwikkeling naar volledige rijping[2]. Zo zouden mannen meer tijd nodig hebben dan vrouwen om een (hypothetische) situatie te kunnen beoordelen en vraagt het nemen van gemotiveerde beslissingen meer tijd voor mannen dan voor vrouwen.

Prof. Dr. Jelle Jolles concludeert dat de omgeving van de mens bepalend is voor een efficiënte groei en ontwikkeling van het brein. Volgens hem wordt hersenontwikkeling vooral bepaald door de kwaliteit van de steun, sturing en inspiratie die adolescenten (jongeren en ouderen!) van hun omgeving ontvangen. Juist door die drie, steun, sturing en inspiratie wordt de ontwikkeling van mensen gefaciliteerd. En,  zegt Jolles: een langzaam groeiende boom kan ook de hoogste worden.

 



[1] www.jellejolles.nl

[2] Zie voor het proefschrift  http://arno.unimaas.nl/show.cgi?fid=21278

boeken1

Hoe ervaart u dat?

Onlangs ging de film Echte Jongens in première, een film van filmmaakster en moeder van zoon Melle, Katinka de Maar.  Melle is een van de hoofdpersonen in haar integer document dat handelt over de worsteling van een moeder met een zoon die moeite heeft om een plek in de basis- en middelbaar onderwijs te behouden. Melle is druk en past niet in het regime van de klas. De leerkracht en de school besluiten een dossier aan te leggen over zijn gedrag dat er toe leidt dat Melle het stempel ADD krijgt en naar aangepast onderwijs moet. Een poging om haar zoon terug op het regulier onderwijs te krijgen mislukt omdat de school gebruik van  Ritalin als voorwaarde stelt, en dat gaat de ouders te ver.

De filmmaakster besluit om zelf leraar basisonderwijs te worden om zo te kunnen begrijpen  waar de leerkracht voor staat.

De conclusie van de film is dat het onderwijs geen ruimte laat voor de jongens die dit nodig hebben.  Het contact met druk bezette en in regels en structuren gevangen veelal vrouwelijke leerkrachten is moeizaam.  De ene mannelijke leerkracht die in de film figureert, bindt de jongens met humor en persoonlijke opdrachten.

Uiteindelijk haalt Melle zijn middelbare school diploma, de vlag mag uit. De laatste beelden in de film gaan over Melle die een exercitie oefent als militair in opleiding. Hoe het verder gaat blijft in het midden. En juist dat vervolg is interessant.

Ook jongens die hun middelbare schooljaren hebben afgesloten met een diploma blijven hun tijd om de wereld op hun eigen manier te verkennen nog nodig hebben. Sommigen kost het jaren voor ze de vorm hebben gevonden waarin ze zich kunnen voegen naar wat de samenleving van hen vraagt.[1]

Dat het zo lang kan duren voordat jongens integreren in het systeem is voor velen, onderwijs mensen maar ook ouders, onbegrijpelijk en moeilijk aanvaardbaar. Hoe kan het dat die aardige en meest betrokken en gemotiveerde jongens zo veel tijd nemen om te doen wat zij willen doen? En wat betekent het eigenlijk voor hen die tussentijd?

 

Wat is uw verhaal?
Wat ziet u dat uw zoon doet?
Wat doet u daarmee?

Wilt u uw verhaal laten horen?
Reageer via de knop elders op de site.

 



[1] In haar verslag schrijft de Onderwijsinspectie (2012) dat het percentage WO-Bachelor studenten dat na 3 jaar de B haalt zorgelijk laag is (20%). Het aantal HBO studenten dat na 5 jaar een diploma haalt noemt de Inspectie laag (55%). In april 2013 schrijft de Inspectie dat in de periode 2011-2012 het diplomarendement (opnieuw) is gedaald en dat de uitval in het gehele hoger onderwijs is gestegen.

Echte Jongens, de film

Documentaire filmmaakster Katinka de Maar zal tijdens het Utrechtse filmfestival op 28 september 2013 haar film presenteren,
op 9 oktober komt de film bij de VPRO op televisie. Zie verder op  http://www.katinkademaar.nl/?SC=ProjectEchteJongens
e
http://www.filmfestival.nl/publiek/films/de-echte-jongens-film

In zijn recensie naar aanleiding van het debat in de Balie dat volgde op de premiere van de film, laat Jeroen van Goor hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles aan het woord en

…hij laat ‘er geen misverstand over bestaan. ‘We zijn te snel met diagnosticeren’ stelt hij (Jolles) , en de diagnose wordt veel te vaak gesteld. Het probleem is dat dat niet door een multidisciplinair team gebeurt, maar vaak door één specialist, bijvoorbeeld een orthopedagoog. Dat zou in de toekomst niet meer (moeten, pb) mogen’.

In De Psycholoog, maandblad van het Nederlands Instituut van Psychologen, november 2013.

prof.dr. Eveline Crone in De Wereld Leert Door

‘Als je hersenen nog in ontwikkeling zijn’, zegt Crone, ‘heb je je ouders nodig om je te helpen’.

In deze uitzending van DWLD maakt prof.dr. Eveline Crone nog eens duidelijk hoe het kan gebeuren dat adolescenten de door hen voorgenomen taken in ‘the spur of the moment’ versloffen.  Ze onderstreept het belang van steun door ouders. Zie:  http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/208733

Wat de rol van ouders is in de opvoeding van hun kinderen wordt duidelijk in het proefschrift van Jessy Siongers. Zij stelt dat ouders van wezenlijke invloed zijn in de ontwikkeling van de houding van hun kinderen,  en nog in de adolescentie  in belangrijke mate bepalen met welke instituties (opleiding, media en vrienden) zij in contact komen.

Zie voor het volledige proefschrift:http://socipc1.vub.ac.be/torwebdat/publications/t2007_44.pdf 

Hoop des vaderlands en Deep secrets

Waarom het zo belangrijk is dat jongens ruimte houden voor vriendschappen
In een door Harvard als ‘outstanding’ beoordeeld onderzoek van Niobe Way (2011) komt naar voren dat jongens adolescenten een ‘crisis of connections’ ervaren. Als jongens mannen worden, zegt Way,  zijn zij geneigd om het contact met hun verlangens en hun vriendschappen, en uiteindelijk het contact met zichzelf te verliezen. Volgens de auteur hebben jongens behoefte aan een meer ruimte om hun mannelijkheid vorm te geven. Ruimte die rekening houdt met hun verlangen naar emotionele intimiteit, een vorm die compenseert voor de afbraak van familiebanden, empathie en sociale binding, en de nadruk op onafhankelijkheid, individualisme en consumptie  die onze samenleving kenmerkt.
Lees verder: http://www.hup.harvard.edu/catalog.php?isbn=9780674072428

Over het onderzoek van Way heeft recent een aansprekend artikel in Chigago Tribune gestaan, zie: http://www.chicagotribune.com/features/tribu/sc-fam-0619-boys-friendship-20120618,0,150709,full.story

Opgroeiende jongens in historisch perspectief
In december 2011 is de historicus Angela Crott gepromoveerd op het beeld van de jongen in de opvoedingsliteratuur van 1882 tot 2005. Deze publicatie is een mustread voor betrokken opvoeders.  Het proefschrift wordt integraal op het internet aangeboden: http://100jaarorthopedagogiek.nl/100jaarPDF/PDF/free/Proefschrift%20Crott.pdf .

 

De vijf

Traditiegetrouw sluit ‘De Wereld Draait Door’ elke maand af met ‘de 5

ergernissen van Jan Mulder’. Hierbij worden 5 ergerlijke gebeurtenissen uit de
afgelopen maand op Mulders typische wijze in het ‘zonnetje’ gezet. Nou zit voor
de studenten hun eerste maand er ook op. Dus voor het eerst, op z’n Mulders…

…De Studenten-Ergernissen top vijf van de maand september!

Vijf

Nederland heeft in 10 grote steden – lees studentensteden – tegelijkertijd de
stations op de schop genomen. In de toekomst zal er vast een verbetering zijn
ten opzichte van het oude maar nu is het buitengewoon hinderlijk. Vrolijk
fluitend, heien de werklui, bij het krieken van de dag, de ganse binnenstad
wakker. De binnenstad die tevens als catwalk dient voor sjofels, bouwkranen
en graafmachines, om over alle omleidingen en onhandige fietsenstallingen nog
maar te zwijgen… Om een paar steden te noemen: Amsterdam, Arnhem, Utrecht,
Zwolle, Leeuwarden, Rotterdam, Breda, Delft en Den Haag, oftewel, bijna elke
student in dit land bivakkeert momenteel in een bouwput en moet maar hopen
dat zijn of haar fiets na het weekend nog in een fietsenrek staat dat niet gesloopt
is. Er gaat voor miljoenen verbouwd worden maar wie heeft er eigenlijk om die
dure kunstwerken gevraagd?

Vier

Gelukkig zijn er relatief weinig studenten echt in aanraking gekomen met de
langstudeerboete. Ik zeg ‘gelukkig’ want over het algemeen heb je het als student
niet breed. Ook een bijbaantje zal niet heel veel extra krenten in de dunne
pap opleveren. Toch blijven de vaste lasten maar toenemen. De grote mensen
weten hier uiteraard alles van maar voor de student is het elk jaar opnieuw
een teleurstelling als de kamerhuur, het collegegeld, de zorg, de prijs van een
sportkaart, de huur van de wasmachine en de kosten van studieboeken met het
grootste gemak met 5 of soms 10 procent worden verhoogd… Alsof het systeem
ontworpen is op studenten die financiële steun krijgen van hun ouders.

Drie

Ze zitten er gelukkig weer op. De ontgroeningen die hele studentensteden voor
twee weken in hun greep houden. Grote groepen riekende jongeren die hoestend
en met een uitzichtloze blik door de stad zwerven… Dat het stevig aanpakken
van eerstejaars voortvloeit uit een traditie, daar kan ik nog licht inkomen, en je
kiest er altijd nog zelf voor, maar wat hoor ik nu? Eerstejaars die zich hebben
aangemeld bij een sportvereniging, die lekker willen roeien of hockeyen, moeten
zich tegenwoordig ook aan de hand van een ontgroening bewijzen… Een week op
kamp en daarna de eerste 5 weken verplicht aanwezig zijn…
Sportverenigingen, waar zijn we mee bezig?

Twee

Inschrijven voor de Studie. Inschrijven voor de juiste vakken. Inschrijven voor
tentamens. Inschrijven voor projecten. Inschrijven voor de juiste projectgroep.
Inschrijven bij de gemeente. Inschrijven bij huis-en tandarts… Net-ID’s, DigiD’s,
Useraccounts, inlognamen… De gemiddelde student heeft een olifantengeheugen
nodig om alle inlogcodes en de daarbij horende wachtwoorden te onthouden.
Ook moet de student zich terdege bewust zijn van de complexiteit van het
onderwijssysteem dat zijn of haar universiteit hanteert. Dat is meestal, in 1
woord, drama. En deze dingen gaan nog veel te vaak fout. Misschien omdat alle
aanmeldsystemen elk jaar worden aangepast…

Één

Met stip op nummer 1. Ze zijn je beste vrienden en je ergste vijanden. Je
huisgenoten. Bij hoge nood houden ze de WC op, vlak voor je wilt gaan ontbijten
eten ze je kaas op, als je even niet oplet drinken ze je bier op, altijd ongevraagd
lenen ze je fiets, ze kunnen het nooit vinden met je vriendin, pakken hun post
wél van de deurmat terwijl ze maar al te graag over die van jou banjeren en op
het moment dat je voor vertrek naar de uni nog even je tanden wil poetsen en je
haar wil fatsoeneren, juist dan bezetten ze de badkamer. Ze maken er over het
algemeen een sport van om op de meest ongelegen momenten aan zichzelf te
denken. Eigen belang eerst. Geen studentenhuis uitgezonderd…
Gelukkig zijn de manieren om ze terug te pakken eindeloos. (Volgende column?)
Net goed!

Is er ook nog iets goeds gebeurd? Jazeker wel. Bij veel universiteiten gaat de
ondergrens van een voldoende omhoog. Een ‘studentenzesje’ is niet langer meer
een 5.50 of een 5.75 maar zal daadwerkelijk een 6.00 worden. Lijkt mij een
uitstekende ontwikkeling die het niveau hopelijk ten goede zal komen. En ik heb
onlangs vernomen dat de aankomende winter minstens net zo koud zal worden
als vorige winter. Mocht er een Elfstedentocht komen dan zal ik persoonlijk over
alle elf de steden een column schrijven!

Mooi. Tot zover, tot morgen!

Lowlands; de tweedeling

Afgelopen weekend was ik een van de 55.000 gelukkigen die 3 dagen Lowlands 2012 mocht meemaken. In februari zijn met veel moeite de kaartjes bemachtigd en dit weekend was het eindelijk zover. De weersverwachtingen waren uitstekend en de line-up, de lijst met bandjes, loog er beslist niet om. Dat worden 3 heerlijke dagen kamperen en genieten van muziek.

Op vrijdag komen we aan en mogen we ons tentenkamp vestigen op festivalcamping nummer 7. Na een mooie plek gevonden te hebben werpen we onze tent uit. Werpen? Ja, werpen. Zo gaat dat anno 2012. Men heeft tentstokken zo flexibele weten te maken dat ze je tent tegenwoordig al in de fabriek in elkaar zetten en voor je opvouwen in een klein pakketje. Rits het pakketje open en je tent klapt als een airbag tevoorschijn. Zo in je handen. Als een frisbee werpt men dan de tent op de plek van bestemming en voilà, er komt geen haring aan te pas. Het concept bestaat nu zo’n jaar of 3 en de bedenker van deze constructie is er hoogstwaarschijnlijk steenrijk mee geworden want het overgrote deel van de camping is bezaaid met dergelijke floepstenten. Het zijn er duizenden. Het is een ware hype en in alle verschillende kleuren worden ze zelfs best hip. Voor deze tentjes liggen goed gebronsde jongedames met kleine bikini’s en jongens in bloemzwembroeken te chillen. Omdat glas, blik, gasstelletjes en boxen niet zijn toegestaan drinken ze zelfgemaakte mixjes van wodka en fris (verhouding 1 op 1) uit anderhalve liter PET-flessen (zogenoemde pretflessen), eten ze chips als ontbijt, als lunch en als avondeten en luisteren ze naar elektronische popmuziek via hun I-phone. Het blokkenschema uit het programmaboekje is voor drie dagen hun ster aan de hemel. Per kwartier weet iedereen waar hij of zij moet zijn om niets te missen. Het is dus 3 dagen een kwestie van plannen, discipline en uithoudingsvermogen. (Toevallig de drie ingrediënten voor een topstudent)

Hoe anders zijn de andere tentjes.

Die zijn vies, zeer oud en het lijkt bij sommige of er een olifant aanzienlijke tijd op heeft paard gereden. De 40 jaar oude tentjes worden bij elkaar gehouden door kromme, roestige haringen die door de jaren heen verzameld zijn. Je raakt er eens een kwijt, je vindt er weer eens eentje. In het gras voor deze tenten liggen mannen die gezien hun leeftijd Woodstock nog hebben meegemaakt. Nu zijn het vaders onder elkaar die hun oude liefde weer op te zoeken. De sfeer. Ze drinken gewoon bier uit blik zoals het hoort, maken lauwe macaroni op hun vierpitter zoals het hoort en spelen de top 2000 weg op hun gitaar. Overdag jast de groep er een flinke boom op los. Om de eer maar bloedfanatiek. Zij laten zich niet uit de tent lokken door namen als Foo Fighters, Patrick Watson of Kasabian.

De heuse tweedeling op de camping, jongeren en ouderen, is prachtig om te zien. Niemand zit elkaar in de weg, er is wederzijds respect maar in het woordenboek onder ‘chillen’ zit toch echt een afbeelding van de heren voor de oude tentjes.

Ik spreek een groep aan. Het zijn inderdaad vaders. Allemaal. Een groep uit Alkmaar die elk jaar een weekendje kampeert met elkaar. Mannen, vrouwen, kinderen. Voor de verandering werd het dit jaar eens een festival. ‘’Een beetje het ‘een boormachine voor Moederdag geven’ idee’’ gaf de man al aan en de vrouwen wilden dus ook beslist niet mee. Een groot deel van hun zonen is ook op het terrein te vinden. Zij staan een veldje verderop. Pas geleden zijn ook zij met elkaar een vriendenclubje geworden dat volgens de man ook af en toe van de vrijheid geniet. ‘Van de vrijheid genieten’, hoe treffend kun je iets zeggen…

Terug bij mijn uitvalsbasis waar noch een gitaar, noch blikbier en noch lauwe prakjes macaroni te vinden zijn, staat de groep al klaar om te gaan. De route is tot 4.00 ’s nachts al uitgestippeld en we moeten nu toch echt gaan want anders missen we de eerste show. We verlaten onze werptenten-beursstand. Op weg naar het festival terrein lopen we weer langs de heren. Een knikje heen en een knikje terug. En bij mij ineens de wens. Ik wil later ook een vaders-zonen vriendengroep. Ik kan niet wachten. Ik wil ook bier drinken waar het niet mag, macaroni maken die niet kan tippen aan die van mijn vrouw en nummers spelen van Queen, The Stones en the Beatles op mijn gitaar. Maar vooral wil ik later kaarten. Kaarten met mijn beste vrienden met in mijn achterhoofd de gedachte dat onze zonen met elkaar van de vrijheid genieten. Dat is mooi. Dat is ontzettend mooi. Ik ga thuis meteen kijken of we nog een oude, vieze tent hebben waar een olifant op zit.

x