Sociaal leven

Niet alleen worden jongens opgeslokt door hun zoektocht naar de vrienden die ze kunnen maken, ze staan ook bloot aan sensaties van het contact met potentiële partners. Afgewezen worden doet pijn. In deze tijd van leven zijn de jongens gulzig in het openleggen van  hun sociale omgeving. Zij zoeken antwoord op de vraag ‘hoor ik erbij’ en ‘wat kan ik daarvoor doen?’. Hun werken aan het antwoord op die vraag houdt hen flink bezig.

Erbij horen is in deze fase van leven voor jongeren van levensbelang. Genegeerd of afgewezen worden leidt tot stress en zelfs fysieke pijn. En pijn hanteren kost energie die niet besteed kan worden aan andere zaken zoals studie.

Als het dan zo belangrijk is voor een mens om zich verbonden en gewaardeerd te voelen, hoe werkt dat dan bij jongeren? Hoe komt een mens eigenlijk aan een vriend of een maatje?

De zich ontwikkelende persoonlijkheid speelt op verschillende manieren een rol in sociale situaties.

  1. Jongeren kiezen sociale situaties. (En ze vermijden andere.)  Deze keuzes worden gedeeltelijk ingegeven door hun persoonlijkheid. Onderzoek van Aarts (zie elders op deze website) laat zien dat keuzes worden ingegeven door de positieve associatie die met de keuze in verband wordt gebracht, bijvoorbeeld de ander is aardig, is aantrekkelijk en ruikt lekker. Keuzes die het positief gevoel oproepen van vrienden kunnen maken liggen dan voor de hand.
  2. Een ander mechanisme is het uitlokkend gedrag. Enerzijds kiezen we de mensen die deel uit gaan maken van ons netwerk. Mensen komen ook af op wat wij oproepen. We kennen het verschijnsel: drukke kinderen roepen irritatie op, vriendelijke kinderen ontlokken vriendelijkheid bij anderen.  Door hun houding en gedrag roepen de jongens bijval op van geestverwanten met wie zij zich verenigen in huis of club.
  3. Naast sociale selectie en het uitlokken van gedrag is nog een derde mechanisme werkzaam in situaties waarin mensen hun rol spelen in hun sociale omgeving, en dat is manipulatie. Manipulatie gaat over allerlei manieren om  goedschiks of kwaadschiks invloed uit te oefenen op  het denken en doen van anderen. Het bevredigen van behoeften, bijvoorbeeld de behoefte om erbij te horen, is een motief voor beïnvloeding van de sociale omgeving.

Voor jongeren is het moeilijk om de pijn van een afwijzing te verwerken. Door nog onvolledige ontwikkeling van hun hersenen hebben zij minder mogelijkheden om rationeel om te gaan met afwijzing.  Irrationaliteit en sterke emoties liggen dan voor de hand. Aan de andere kant nemen cognitieve vaardigheden toe en kunnen ze beter nadenken over hun mogelijkheden,  zichzelf vanuit verschillende perspectieven bekijken, zich beter inleven en complexer nadenken over sociale situaties en bedoelingen en gedachten van anderen.

Vertrouwen geven en ontvangen is een cognitieve vaardigheid die zich ook in de loop van de adolescentie ontwikkelt. En naarmate hen meer vertrouwen wordt gegeven zullen ze ook meer het perspectief van die ander aannemen en betrouwbaarheid tonen. Aan de andere kant blijft het eigen belang van de adolescent nog veel aandacht vragen is zullen zij nog lange tijd meer aan zichzelf denken dan aan anderen, meer aan wat voor hen op dat moment bevredigend is, dan aan wat anderen van hen verwachten.

In zijn publicatie You and your adolescent informeert de Amerikaanse professor Laurence Steinberg ouders over wat gebeurt in het leven van hun kinderen in de leeftijd tot 25 jaar.

Op http://www.ouderschapskennis.nl/themas vind u rond uiteenlopende thema’s informatie en ondersteuning bij de begeleiding van uw kinderen.

De volgende link biedt een hulp bij de reflectie op het eigen gedrag:http://www.testjegedrag.nl/leary_test.html en http://nl.wikipedia.org/wiki/Roos_van_Leary

 

 

x