De vijf

Traditiegetrouw sluit ‘De Wereld Draait Door’ elke maand af met ‘de 5

ergernissen van Jan Mulder’. Hierbij worden 5 ergerlijke gebeurtenissen uit de
afgelopen maand op Mulders typische wijze in het ‘zonnetje’ gezet. Nou zit voor
de studenten hun eerste maand er ook op. Dus voor het eerst, op z’n Mulders…

…De Studenten-Ergernissen top vijf van de maand september!

Vijf

Nederland heeft in 10 grote steden – lees studentensteden – tegelijkertijd de
stations op de schop genomen. In de toekomst zal er vast een verbetering zijn
ten opzichte van het oude maar nu is het buitengewoon hinderlijk. Vrolijk
fluitend, heien de werklui, bij het krieken van de dag, de ganse binnenstad
wakker. De binnenstad die tevens als catwalk dient voor sjofels, bouwkranen
en graafmachines, om over alle omleidingen en onhandige fietsenstallingen nog
maar te zwijgen… Om een paar steden te noemen: Amsterdam, Arnhem, Utrecht,
Zwolle, Leeuwarden, Rotterdam, Breda, Delft en Den Haag, oftewel, bijna elke
student in dit land bivakkeert momenteel in een bouwput en moet maar hopen
dat zijn of haar fiets na het weekend nog in een fietsenrek staat dat niet gesloopt
is. Er gaat voor miljoenen verbouwd worden maar wie heeft er eigenlijk om die
dure kunstwerken gevraagd?

Vier

Gelukkig zijn er relatief weinig studenten echt in aanraking gekomen met de
langstudeerboete. Ik zeg ‘gelukkig’ want over het algemeen heb je het als student
niet breed. Ook een bijbaantje zal niet heel veel extra krenten in de dunne
pap opleveren. Toch blijven de vaste lasten maar toenemen. De grote mensen
weten hier uiteraard alles van maar voor de student is het elk jaar opnieuw
een teleurstelling als de kamerhuur, het collegegeld, de zorg, de prijs van een
sportkaart, de huur van de wasmachine en de kosten van studieboeken met het
grootste gemak met 5 of soms 10 procent worden verhoogd… Alsof het systeem
ontworpen is op studenten die financiële steun krijgen van hun ouders.

Drie

Ze zitten er gelukkig weer op. De ontgroeningen die hele studentensteden voor
twee weken in hun greep houden. Grote groepen riekende jongeren die hoestend
en met een uitzichtloze blik door de stad zwerven… Dat het stevig aanpakken
van eerstejaars voortvloeit uit een traditie, daar kan ik nog licht inkomen, en je
kiest er altijd nog zelf voor, maar wat hoor ik nu? Eerstejaars die zich hebben
aangemeld bij een sportvereniging, die lekker willen roeien of hockeyen, moeten
zich tegenwoordig ook aan de hand van een ontgroening bewijzen… Een week op
kamp en daarna de eerste 5 weken verplicht aanwezig zijn…
Sportverenigingen, waar zijn we mee bezig?

Twee

Inschrijven voor de Studie. Inschrijven voor de juiste vakken. Inschrijven voor
tentamens. Inschrijven voor projecten. Inschrijven voor de juiste projectgroep.
Inschrijven bij de gemeente. Inschrijven bij huis-en tandarts… Net-ID’s, DigiD’s,
Useraccounts, inlognamen… De gemiddelde student heeft een olifantengeheugen
nodig om alle inlogcodes en de daarbij horende wachtwoorden te onthouden.
Ook moet de student zich terdege bewust zijn van de complexiteit van het
onderwijssysteem dat zijn of haar universiteit hanteert. Dat is meestal, in 1
woord, drama. En deze dingen gaan nog veel te vaak fout. Misschien omdat alle
aanmeldsystemen elk jaar worden aangepast…

Één

Met stip op nummer 1. Ze zijn je beste vrienden en je ergste vijanden. Je
huisgenoten. Bij hoge nood houden ze de WC op, vlak voor je wilt gaan ontbijten
eten ze je kaas op, als je even niet oplet drinken ze je bier op, altijd ongevraagd
lenen ze je fiets, ze kunnen het nooit vinden met je vriendin, pakken hun post
wél van de deurmat terwijl ze maar al te graag over die van jou banjeren en op
het moment dat je voor vertrek naar de uni nog even je tanden wil poetsen en je
haar wil fatsoeneren, juist dan bezetten ze de badkamer. Ze maken er over het
algemeen een sport van om op de meest ongelegen momenten aan zichzelf te
denken. Eigen belang eerst. Geen studentenhuis uitgezonderd…
Gelukkig zijn de manieren om ze terug te pakken eindeloos. (Volgende column?)
Net goed!

Is er ook nog iets goeds gebeurd? Jazeker wel. Bij veel universiteiten gaat de
ondergrens van een voldoende omhoog. Een ‘studentenzesje’ is niet langer meer
een 5.50 of een 5.75 maar zal daadwerkelijk een 6.00 worden. Lijkt mij een
uitstekende ontwikkeling die het niveau hopelijk ten goede zal komen. En ik heb
onlangs vernomen dat de aankomende winter minstens net zo koud zal worden
als vorige winter. Mocht er een Elfstedentocht komen dan zal ik persoonlijk over
alle elf de steden een column schrijven!

Mooi. Tot zover, tot morgen!

Lowlands; de tweedeling

Afgelopen weekend was ik een van de 55.000 gelukkigen die 3 dagen Lowlands 2012 mocht meemaken. In februari zijn met veel moeite de kaartjes bemachtigd en dit weekend was het eindelijk zover. De weersverwachtingen waren uitstekend en de line-up, de lijst met bandjes, loog er beslist niet om. Dat worden 3 heerlijke dagen kamperen en genieten van muziek.

Op vrijdag komen we aan en mogen we ons tentenkamp vestigen op festivalcamping nummer 7. Na een mooie plek gevonden te hebben werpen we onze tent uit. Werpen? Ja, werpen. Zo gaat dat anno 2012. Men heeft tentstokken zo flexibele weten te maken dat ze je tent tegenwoordig al in de fabriek in elkaar zetten en voor je opvouwen in een klein pakketje. Rits het pakketje open en je tent klapt als een airbag tevoorschijn. Zo in je handen. Als een frisbee werpt men dan de tent op de plek van bestemming en voilà, er komt geen haring aan te pas. Het concept bestaat nu zo’n jaar of 3 en de bedenker van deze constructie is er hoogstwaarschijnlijk steenrijk mee geworden want het overgrote deel van de camping is bezaaid met dergelijke floepstenten. Het zijn er duizenden. Het is een ware hype en in alle verschillende kleuren worden ze zelfs best hip. Voor deze tentjes liggen goed gebronsde jongedames met kleine bikini’s en jongens in bloemzwembroeken te chillen. Omdat glas, blik, gasstelletjes en boxen niet zijn toegestaan drinken ze zelfgemaakte mixjes van wodka en fris (verhouding 1 op 1) uit anderhalve liter PET-flessen (zogenoemde pretflessen), eten ze chips als ontbijt, als lunch en als avondeten en luisteren ze naar elektronische popmuziek via hun I-phone. Het blokkenschema uit het programmaboekje is voor drie dagen hun ster aan de hemel. Per kwartier weet iedereen waar hij of zij moet zijn om niets te missen. Het is dus 3 dagen een kwestie van plannen, discipline en uithoudingsvermogen. (Toevallig de drie ingrediënten voor een topstudent)

Hoe anders zijn de andere tentjes.

Die zijn vies, zeer oud en het lijkt bij sommige of er een olifant aanzienlijke tijd op heeft paard gereden. De 40 jaar oude tentjes worden bij elkaar gehouden door kromme, roestige haringen die door de jaren heen verzameld zijn. Je raakt er eens een kwijt, je vindt er weer eens eentje. In het gras voor deze tenten liggen mannen die gezien hun leeftijd Woodstock nog hebben meegemaakt. Nu zijn het vaders onder elkaar die hun oude liefde weer op te zoeken. De sfeer. Ze drinken gewoon bier uit blik zoals het hoort, maken lauwe macaroni op hun vierpitter zoals het hoort en spelen de top 2000 weg op hun gitaar. Overdag jast de groep er een flinke boom op los. Om de eer maar bloedfanatiek. Zij laten zich niet uit de tent lokken door namen als Foo Fighters, Patrick Watson of Kasabian.

De heuse tweedeling op de camping, jongeren en ouderen, is prachtig om te zien. Niemand zit elkaar in de weg, er is wederzijds respect maar in het woordenboek onder ‘chillen’ zit toch echt een afbeelding van de heren voor de oude tentjes.

Ik spreek een groep aan. Het zijn inderdaad vaders. Allemaal. Een groep uit Alkmaar die elk jaar een weekendje kampeert met elkaar. Mannen, vrouwen, kinderen. Voor de verandering werd het dit jaar eens een festival. ‘’Een beetje het ‘een boormachine voor Moederdag geven’ idee’’ gaf de man al aan en de vrouwen wilden dus ook beslist niet mee. Een groot deel van hun zonen is ook op het terrein te vinden. Zij staan een veldje verderop. Pas geleden zijn ook zij met elkaar een vriendenclubje geworden dat volgens de man ook af en toe van de vrijheid geniet. ‘Van de vrijheid genieten’, hoe treffend kun je iets zeggen…

Terug bij mijn uitvalsbasis waar noch een gitaar, noch blikbier en noch lauwe prakjes macaroni te vinden zijn, staat de groep al klaar om te gaan. De route is tot 4.00 ’s nachts al uitgestippeld en we moeten nu toch echt gaan want anders missen we de eerste show. We verlaten onze werptenten-beursstand. Op weg naar het festival terrein lopen we weer langs de heren. Een knikje heen en een knikje terug. En bij mij ineens de wens. Ik wil later ook een vaders-zonen vriendengroep. Ik kan niet wachten. Ik wil ook bier drinken waar het niet mag, macaroni maken die niet kan tippen aan die van mijn vrouw en nummers spelen van Queen, The Stones en the Beatles op mijn gitaar. Maar vooral wil ik later kaarten. Kaarten met mijn beste vrienden met in mijn achterhoofd de gedachte dat onze zonen met elkaar van de vrijheid genieten. Dat is mooi. Dat is ontzettend mooi. Ik ga thuis meteen kijken of we nog een oude, vieze tent hebben waar een olifant op zit.

wekker

De tweede pubertijd

De tweede pubertijd

De eerstejaars student heeft een moeizame start. Zijn eerste weken zijn zwaar. Het tempo van de studie ligt hoog, zijn studentenhuis eist veel meer tijd en energie dan hem lief is en elk weekend moet hij terug naar huis. Mama wast alle kleren, hij werkt nog in de plaatselijke supermarkt en zijn echte vrienden zijn in zijn oude stad blijven wonen. Een week is 5 dagen afzien en 2 dagen bijkomen. Het lijkt in geen velden of wegen op de mooiste tijd van zijn leven zoals door zovelen is beloofd.

Toch al vrij snel, zo ongeveer na de eerste tentamens begint hij zich iets meer op zijn gemak te voelen in zijn studentenstad. De vrijheid van het studentenleven begint goed proeven en dingen die onder de vleugels van zijn ouders onmogelijk leken blijken nu ineens binnen handbereik. Het zal niet lang meer duren voordat hij een tikkeltje zal gaan veranderen…

Schrik niet als hij ineens in een kreukelig, blauw wit gestreept overhemd thuis komt. Een broek met gaten draagt en daaronder een paar afgetrapte Allstars heeft. Schrik ook niet van zijn sokken die zonder reden ineens van een ruitjes motiefje zijn voorzien of zijn onbedaarlijk wijde joggingsbroek. Een kleding stuk dat op zondag ochtend zal worden ingezet om de zondagochtend kater wat dragelijker te maken. Het liefst had ie het hele setje nog bij elkaar gehouden met een paar bretels maar waarschijnlijk heeft hij die voor de aardigheid maar thuis gelaten. Je zoon, die een soort jonge Youp van ‘t Hek is geworden, is belandt in zijn tweede pubertijd.

Hij zet zich af van alles af dat niet met de universiteit te maken heeft. Zijn nieuwe garde oppervlakkige vrienden, die elkaar met de achternaam aanspreken, zijn heilig en hebben in een mum van tijd de plaats van de oude geheel ingenomen. Zo’n beetje de hele samenleving wordt als minderwaardig gezien. Burgers, arbeiders, scholieren, plebs, Jan met de pet… Verder is ‘of, of’ veranderd in ‘en, en’ want leven boven je stand is cool en belangrijk. Ook gaat hij anders praten. Gekke woorden die maar een select groepje mensen begrijpt en dat met een tongval die iets weg heeft van de aangeschoten schwung van Gert Jan Dröge. Deze zeer herkenbare, zeer vermoeiende en zeer zinloze studentikoosheid loert bij elke student. Gelukkig is net als bij de eerste puberteit dit ook een kwestie van komen en gaan.

Op een gegeven moment is de tweede pubertijd weer voorbij. Het kopieergedrag dat hij vertoont houdt ineens op om de simpele reden dat hij zelf wordt gekopieerd door jongerejaars. Dan is de lol er gauw van af. Geniet er dus maar van want het kan heel vermakelijk zijn. Houdt echter altijd in je achterhoofd dat het niet door moet slaan. Daarom twee belangrijke regels om je niet in de luren te laten leggen. Aandacht is de brandstof van hun nieuwe persoonlijkheid. Niet bier. Geef ze dus aandacht en geen geld.

 

 

Uitslapen

Ik heb vandaag tentamen. Om 9.00 uur staat er een drie uur durende wiskunde marathon voor me klaar. Maar het regent. De wekker is al vier keer afgegaan en nog een vijfde keer snoozen zou betekenen dat ik mijn ontbijt pas na het tentamen kan nuttigen. Daar heb ik dan vooraf geen tijd meer voor. Dan moet ik meteen vanuit m’n bed op m’n fiets. Dat zal weer knorren worden rond half elf. De hele zaal zal horen dat mijn maag protesteert. Ik kan er dan niks meer aan doen. En hoe erg ik mijn armen ook om m’n buik sla als ik weer een grom aan voel komen, iedereen denkt er het zijne van. Ik blijf toch liggen. Dat is het me nog wel waard. Het regent ook zo lekker. En een nat pak zie ik ook niet zitten. Ik heb geen paraplu en in een regenpak wil ik niet gezien worden. Ik beeld me in hoe het er uit ziet als ik als enige druppelend aan een tafeltje plaats neem. Mijn haar plat op mijn hoofd, mijn broek plakt en voelt koud aan. Misschien houdt de regen wel op over 5 minuten. Dat zou mooi zijn. Dat kan toch ook haast niet anders. Hoor ik het nou zachter regenen? En trouwens, misschien is mijn fiets vannacht wel gestolen. Ik meen me te herinneren dat ik iets hoorde vannacht. Maar dat kan ook een auto zijn geweest. Of de poes van de buren. Boris. Een lief beestje. Zou die nu ook ergens buiten zijn? Natuurlijk! In augustus is er weer een kans. Dan zijn de herkansingen. Ik had toch niet zo goed geleerd bedenk ik me nu. En dan kan ik vandaag mooi even mijn kamer opruimen. Ik draai me nog maar eens om. Maar ging ik niet op vakantie dan? Ach, daar is ook vast wel een mouw aan te passen. Oelala, wat lig ik zo lekker.

Dan krijg ik een sms’je. Ik schrik van het kabaal dat de trilfunctie veroorzaakt. ‘Stil’ noemen ze dat bij Nokia dan… Het is van m’n moeder. ‘Succes met je tentamen vandaag. Knuffel mam.’ Dit is het zetje dat ik nodig heb. Wat ontzettend lief dat ze aan me denkt. Nu kan ik toch niet meer blijven liggen? Ik moet nu wel gaan zodat ik straks kan terugsturen dat het goed is gegaan. Dat ik van dit vak af ben en dat ik komend weekend weer eens langs kom. Nou, ga dan. Hoef je ook niet meer te douchen vandaag. Ik hoor het mezelf denken maar mijn lichaam blijft roerloos liggen. Had ik niet de muziek in moeten gaan? Ik kan me niet voorstellen dat iemand met tegenzin een muziekinstrument bespeelt. Sterker nog, het is hartstikke fijn om een instrument te kunnen bespelen en helemaal als dit in bandverband kan. Of kan ik niet alsnog een topsporter worden. Kan je daar op mijn leeftijd nog mee beginnen? We leven natuurlijk wel nog in het tijdperk van Sven Kramer en Federer… Misschien dan maar darter of bobsleeër?

Dan schrik ik weer wakker van de wekker. Het is 8.40. Toch weer in slaap gevallen… Het uitzichtloze gevoel dat alleen Doutzen Kroes mijn nog kan redden bekruipt me. Als zij in mijn kamer zou staan met in haar linker hand een ontbijtpakketje voor onderweg en in haar rechterhand een rugzakje met voldoende pennen en een rekenmachine met volle batterijen dan was de keuze gemakkelijk geweest. Voor de aardigheid kijk ik maar eens even de kamer door maar ik vang bot. Dan gaat de telefoon weer. Een beller. Het is mijn vriendin. Als zij hoort dat ik nog een slaapstem heb gaat ze vast en zeker niet blij reageren. Zo opgewekt mogelijk pers ik er een ‘goeiemorgen’ uit.  Een diepe zucht aan de andere kant van de lijn. Drie minuten later zit ik op de fiets.

Over Michiel

Mijn naam is Michiel. Ik ben zesdejaars student industrieel ontwerpen aan de Technische Universiteit in Delft. ‘IO’ zoals de studie ook wel wordt genoemd leidt mensen op tot uitvinder of zoals ze zichzelf anno 2012 liever noemen, designers. Hier kan ik een hoop creativiteit in kwijt omdat het, naast bouwkunde, een zeer artistieke studie is.

Omdat mijn interesse verder gaat dan alleen producten ontwerpen probeer ik naast mijn studie ook veel tijd te besteden aan andere vormen van creatief zijn. Zo mag ik graag schilderen, tekenen en schrijven en speel ik met heel veel plezier gitaar in een band.
Omdat ik al zes jaar student ben en omdat ik uit een gezin kom met drie jongens die alle drie gestudeerd hebben of nog bezig zijn, ik ben de middelste, hoef ik voor inspiratie voor columns niet ver te zoeken.

lampjes
x