Uitslapen

Ik heb vandaag tentamen. Om 9.00 uur staat er een drie uur durende wiskunde marathon voor me klaar. Maar het regent. De wekker is al vier keer afgegaan en nog een vijfde keer snoozen zou betekenen dat ik mijn ontbijt pas na het tentamen kan nuttigen. Daar heb ik dan vooraf geen tijd meer voor. Dan moet ik meteen vanuit m’n bed op m’n fiets. Dat zal weer knorren worden rond half elf. De hele zaal zal horen dat mijn maag protesteert. Ik kan er dan niks meer aan doen. En hoe erg ik mijn armen ook om m’n buik sla als ik weer een grom aan voel komen, iedereen denkt er het zijne van. Ik blijf toch liggen. Dat is het me nog wel waard. Het regent ook zo lekker. En een nat pak zie ik ook niet zitten. Ik heb geen paraplu en in een regenpak wil ik niet gezien worden. Ik beeld me in hoe het er uit ziet als ik als enige druppelend aan een tafeltje plaats neem. Mijn haar plat op mijn hoofd, mijn broek plakt en voelt koud aan. Misschien houdt de regen wel op over 5 minuten. Dat zou mooi zijn. Dat kan toch ook haast niet anders. Hoor ik het nou zachter regenen? En trouwens, misschien is mijn fiets vannacht wel gestolen. Ik meen me te herinneren dat ik iets hoorde vannacht. Maar dat kan ook een auto zijn geweest. Of de poes van de buren. Boris. Een lief beestje. Zou die nu ook ergens buiten zijn? Natuurlijk! In augustus is er weer een kans. Dan zijn de herkansingen. Ik had toch niet zo goed geleerd bedenk ik me nu. En dan kan ik vandaag mooi even mijn kamer opruimen. Ik draai me nog maar eens om. Maar ging ik niet op vakantie dan? Ach, daar is ook vast wel een mouw aan te passen. Oelala, wat lig ik zo lekker.

Dan krijg ik een sms’je. Ik schrik van het kabaal dat de trilfunctie veroorzaakt. ‘Stil’ noemen ze dat bij Nokia dan… Het is van m’n moeder. ‘Succes met je tentamen vandaag. Knuffel mam.’ Dit is het zetje dat ik nodig heb. Wat ontzettend lief dat ze aan me denkt. Nu kan ik toch niet meer blijven liggen? Ik moet nu wel gaan zodat ik straks kan terugsturen dat het goed is gegaan. Dat ik van dit vak af ben en dat ik komend weekend weer eens langs kom. Nou, ga dan. Hoef je ook niet meer te douchen vandaag. Ik hoor het mezelf denken maar mijn lichaam blijft roerloos liggen. Had ik niet de muziek in moeten gaan? Ik kan me niet voorstellen dat iemand met tegenzin een muziekinstrument bespeelt. Sterker nog, het is hartstikke fijn om een instrument te kunnen bespelen en helemaal als dit in bandverband kan. Of kan ik niet alsnog een topsporter worden. Kan je daar op mijn leeftijd nog mee beginnen? We leven natuurlijk wel nog in het tijdperk van Sven Kramer en Federer… Misschien dan maar darter of bobsleeër?

Dan schrik ik weer wakker van de wekker. Het is 8.40. Toch weer in slaap gevallen… Het uitzichtloze gevoel dat alleen Doutzen Kroes mijn nog kan redden bekruipt me. Als zij in mijn kamer zou staan met in haar linker hand een ontbijtpakketje voor onderweg en in haar rechterhand een rugzakje met voldoende pennen en een rekenmachine met volle batterijen dan was de keuze gemakkelijk geweest. Voor de aardigheid kijk ik maar eens even de kamer door maar ik vang bot. Dan gaat de telefoon weer. Een beller. Het is mijn vriendin. Als zij hoort dat ik nog een slaapstem heb gaat ze vast en zeker niet blij reageren. Zo opgewekt mogelijk pers ik er een ‘goeiemorgen’ uit.  Een diepe zucht aan de andere kant van de lijn. Drie minuten later zit ik op de fiets.

Over Michiel

Mijn naam is Michiel. Ik ben zesdejaars student industrieel ontwerpen aan de Technische Universiteit in Delft. ‘IO’ zoals de studie ook wel wordt genoemd leidt mensen op tot uitvinder of zoals ze zichzelf anno 2012 liever noemen, designers. Hier kan ik een hoop creativiteit in kwijt omdat het, naast bouwkunde, een zeer artistieke studie is.

Omdat mijn interesse verder gaat dan alleen producten ontwerpen probeer ik naast mijn studie ook veel tijd te besteden aan andere vormen van creatief zijn. Zo mag ik graag schilderen, tekenen en schrijven en speel ik met heel veel plezier gitaar in een band.
Omdat ik al zes jaar student ben en omdat ik uit een gezin kom met drie jongens die alle drie gestudeerd hebben of nog bezig zijn, ik ben de middelste, hoef ik voor inspiratie voor columns niet ver te zoeken.

Hulpmiddelen

Veel studenten zijn zich onvoldoende bewust van de mogelijkheden die hun universiteit aanbiedt om zich te vormen en trainen in meer studietaakgericht gedrag. Studie-adviseurs weten veel en kunnen belangrijk ondersteunen. Maak op tijd gebruik van hun diensten.
Het loont om te onderzoeken welke mogelijkheden voor ondersteuning, training en vorming op de universitaire websites is geplaatst. Onderstaande links komen van de RU Groningen en van de RU Leiden.

Onderstaande link brengt de student naar een testje dat inzicht geeft in het uitstelgedrag.

http://www-dsz.service.rug.nl/bss/so/topics/tests/lpsset.htm

En deze test geeft een beeld van het soort problemen dat de student tijdens het studeren ervaart.

http://www.leidenuniv.nl/ics/sz/so/webexpert/websmart.html

Deze beide testjes bieden informatie aan de hand waarvan u de reflectie met uw zoon kunt voorzetten, en afspraken kunt maken voor actie. Onderstaande presentatie informeert over het waarom van gedrag: waarom doen mensen de dingen die ze doen?

De presentatie gaat over motivatie en laat zien wat zoal over dit onderwerp is gezegd. Verschillende wetenschappers hebben zo hun visie op wat motivatie is. Dat betekent dat niet één theorie over dit thema bestaat maar verschillende. Duidelijk is dat motivatie een complex proces is waarin veel factoren een rol spelen. Naast de genoemde motieven spelen nog determinanten zoals ‘wat vindt mijn omgeving ervan als ik dit doe?’, ‘kan ik eigenlijk wel wat ik wil?’ en ‘wat vind ik eigenlijk van het resultaat dat ik verwacht van deze inspanning?’.
Deze determinanten worden elders in deze website nader toegelicht. Zo kunt u lezen over faalangst (als factor van betekenis in het antwoord op de vraag ‘kan ik eigenlijk wel wat ik wil?’). Motivatie waarom mensen de dingen doen

 

 

bier

Het belang van time management (TM)

Time management (TM) is een term uit de managementliteratuur.  TM is geweldig behulpzaam voor iedereen die een agenda nodig heeft. Met een beetje diversiteit in je programma is het handig om te weten hoeveel tijd  je beschikbaar hebt voor welke taak.

TM maakt het mogelijk om je eigen tijd, ritme en gewoonten te leren kennen. Je maakt inzichtelijk hoeveel uur je doorgaans slaapt en hoeveel tijd je nodig hebt voor het opstarten ’s ochtends. Met TM wordt duidelijk hoeveel tijd nog open is, en wat je ermee kan doen. De volgende link wijst naar een informatieve pagina van de afdeling studieondersteuning van de RU Leiden. Doe er je voordeel mee!

http://studietips.leidenuniv.nl/time-management.html

 

Uit een heel andere hoek komt de volgende link met inzichten, en ook een lijstje relevante literatuur.

http://www.lc.unsw.edu.au/onlib/pdf/time.pdf

 

Lekker doen met je tijd

Wat je kunt doen met je tijd is het thema van een artikel Marli Huijer, Civis Mundi hoogleraar Filosofie van Cultuur, Politiek en Religie aan de Faculteit der Wijsbegeerte, Erasmus Universiteit Rotterdam en Lector Filosofie en Beroepspraktijk aan De Haagsche Hogeschool op de website van D66.

Huijer observeert dat wij alles kunnen doen in ons leven op bijna elk moment: een kerstdiner terwijl het zomer is, en je 21-diner als je bijna 23 wordt. Op elk moment van de dag kunnen doen wat je wilt maakt echter dat het standpunt dat je ‘dag erop zit’, of ‘vanavond moet ik werken’ nauwelijks gezag heeft. Flexibilisering en individualisering van tijdsordening ondermijnen zeggingskracht van sociale ritmes. Studenten die het ritme van hun dagelijks leven nog niet hebben gevonden zijn zwichten makkelijk voor de verleiding dóór te gaan.

De onderzoeker betoogt dat evenwichtig tijdbeheer helpt om het ritme van het leven te vinden dat je goed past. Lees verder op http://site.d66.nl/d66nl/item/lekker_snel_lekker_langzaam

 

 

Uitstelgedrag en studieproblemen

Uitstelgedrag en studieproblemen

In Procrastination and Task Avoidance, Theory, Research and Treatment, stellen Ferrari et al. (1995) dat uitstelgedrag drie kenmerken heeft:
1) de student toont een gebrek aan stiptheid in houding en gedrag,
2) er is sprake van een discrepantie tussen intenties en gedrag, en
3) de student heeft een voorkeur voor concurrerende activiteiten.

Uitstelgedrag heeft volgens Ferrari te maken met verschillende factoren:

  1. Uitstelgedrag zou voortkomen uit irrationele gedachten, zoals bijv: ‘alles wat ik doe zou makkelijk en zonder inspanning moeten kunnen gebeuren’, en ‘het is veiliger om niets te doen dan om risico te nemen en te falen’, en ‘ik moet perfect zijn’.  Zulke opvattingen maken het bijna onmogelijk om door de hindernissen en barrières van het dagelijks leven te laveren.
  2. Daarnaast speelt bij studenten met uitstelgedrag de neiging om activiteiten in de nabije toekomst (zoals vanavond de borrelavond) te waarderen boven een activiteit met een opbrengst die verder in de tijd wordt verkregen; liever direct een snoepje dan uitstellen en dan twee snoepjes.
  3. Uitstelgedrag wordt gezien als een persoonlijkheids ‘eigenschap’ waarbij twee factoren een rol spelen: 1) zorgvuldigheid/nauwkeurigheid (studenten die laag scoren op deze factoren neigen tot uitstelgedrag), en  2) emotionele instabiliteit (een hoge score op deze factor geeft aan dat angst en andere negatieve gevoelens sterk worden ervaren).
    Zorgvuldigheid/nauwkeurigheid als persoonlijkheidseigenschap is onafhankelijk van de eigenschap emotionele instabiliteit, er is geen relatie tussen de beide eigenschappen. Dat betekent dat de student die niet zorgvuldig/nauwkeurig is niet tegelijkertijd ook negatieve gevoelens ervaart zoals angst en somberheid.  Dat studenten worden gekenmerkt door de beide eigenschappen kan natuurlijk wel. Er zijn studenten die gebukt gaan onder faalangst  én uitstelgedrag vertonen.
  4. Eigenwaarde is een ander belangrijk aspect  van uitstelgedrag. Mensen zijn in het algemeen geneigd om in hun houding en gedrag hun eigenwaarde te behouden. Dat geldt ook voor studenten die hun uitstelgedrag toeschrijven aan faalangst. Zij redenen:  ‘Ik heb last van faalangst en daarom kan ik niet stipt zijn.’ Volgens Covington en Beery (1976) is hier sprake van zelf-invalidering. Zij  illustreren dit met het volgende voorbeeld:
    De student arrangeert z’n eigen falen bijv. veel te laat beginnen met studeren. Op deze manier kan hij geen tentamen doen en voorkomt hij de schaamtevolle gevolgtrekking dat hij onvoldoende vaardigheden zou hebben. Het falen kan nu worden toegeschreven aan andere zaken (bijv. ‘ik was toch al van plan het in de herkansing te doen’). Door op deze manier faalgevoelens te vermijden wordt de student echter zélf z’n eigen ergste vijand; hij is bang dat hij inadequaat zou kunnen zijn, maar uitvinden of dit echt zo is vindt hij nog enger.

Volgens Ferrari zijn twee opvallende gedragsprofielen te onderscheiden. Er zijn jongens die gebukt gaan onder  1) gevoelens van angst en somberheid en die tegenslag, frustratie en stress minder goed kunnen hanteren, en studenten met 2) een tekort aan beheersing in situaties waarin hun verleiding op de proef wordt gesteld.  Zij zijn minder strikt in het toepassen van normen, waarden en idealen. Zij menen dat zij hun doelen ook op een andere manier kunnen bereiken.

Andere opvallende inzichten van Ferrari:
Slimmere studenten stellen makkelijker uit omdat ze langer vertrouwen op last minute inspanningen.
Anderen zitten vast in de houding dat ze opgegeven literatuur met één keer lezen zouden moeten kunnen begrijpen volgens de opvatting ‘als je het niet in een keer snapt dan leer je het nooit’.

De universiteit Leiden heeft veel onderzoek gedaan naar factoren die samenhangen met studie-problemen en die aanknopingspunten bieden voor begeleiding. Hierbij de link naar resultaten van dit onderzoek.

http://www.leidenuniv.nl/ics/sz/so/webexpert/smart-onderzoek.htm

Ossebaard en Van den Heuvel geven aan welke typen uitstellers te onderscheiden zijn en hoe hun gedrag kan worden omgebogen naar een meer vruchtbare aanpak.
Het artikel in PDF 

Ossebaard en anderen bieden positieve psychologie als remedie tegen uitstelgedrag, zie
www.i2l.nl/pdf/4Artikel%201%20MFHJA.pdf

De universiteit van Leiden heeft een geweldig aanbod om uw studerende zoon te ondersteunen bij diens taken: http://www.leidenuniv.nl/ics/sz/so/webexpert/slimstu.htm

boeken2

De adolescent in de literatuur

Vanaf halverwege de jaren negentig zijn er steeds meer aanwijzgingen dat het niet goed gaat met jongens in het onderwijs. Dit ‘boys problem’ wordt steeds meer onderwerp van maatschappelijk en publiek debat (Veendrick, 2004). Ook het Jaarboek (CBS, 2011) bevestigt het achterblijven van jongens. In het hoger onderwijs studeerden vorig jaar 48% jongens. 25% van hen, t.o. 18% meisjes, verlaat het hoger onderwijs voortijdig. Dat vraagt om een aanpak die helpt jongens hun achterstand in te lopen.

Op de site van Lauk Woltring is een schat aan literatuur en verwijzingen te vinden die speciaal bedoeld zijn om meer constructief om te gaan met jongens/studenten: http://www.laukwoltring.nl/pages/nl/literatuur/lauk-woltring.php

In zijn openingsrede We know some things: Parent-adolescent relationships in retrospect and prospect schrijft Laurence Steinberg over het belang van het toepassen van de kennis die de laatste 25 jaar is verzameld over de adolescentie. Dat het nu de tijd is om ouders te helpen profiteren van die kennis. Want het is nu bekend dat adolescenten behoefte hebben aan ouders die stevig zijn en warm, en die de behoefte aan autonomie van hun adolescent erkennen.

Volgens Steinberg hebben adolescenten in onze tijd belang bij ouders die hen helpen hun zelfvertrouwen, hun prestatie-motivatie, zelfbeheersing en sociaal vertrouwen ontwikkelen. Dat vraagt van ouders vorming en training op het gebied van opvoeding en communicatie met de adolescent, en van diverse andere actoren in de samenleving voldoende voorlichting en ondersteuning van ouders in deze fase van samenleven. De volledige tekst van het artikel is te downloaden via:
https://www.researchgate.net/publication/227527682_We_Know_Some_Things_Parent-Adolescent_Relationships_in_Retrospect_and_Prospect

Het  verschijnen van haar boek Mindset (2006) heeft de Stanford professor Carol Dweck wereldwijd bekend en geliefd gemaakt. In dit filmpje vertelt ze hoe belangrijk het is om een groeigericht houding te ontwikkelen en los te komen van ‘dat kan ik niet’: https://www.youtube.com/watch?v=hiiEeMN7vbQ

Bij het afscheid van het WRR-staflid dr. G. Kronjee is een boek gepubliceerd onder de titel De tijd van ons leven (2009). In het boek wordt door verschillende gezaghebbende auteurs op ‘agenderende en confronterende’ manier stil gestaan bij het leven in ons tijdsgewricht. Er wordt een apart hoofdstuk gewijd aan de adolescentie. Mooi om zo uw wereldbeeld op te rekken en de positie van uw adolescent vanuit weer een ander perspectief te beschouwen. (Met inbreng van Rene Diekstra, Micha de Winter en poëzie van o.a. Ischa Meijer.) U kunt de publicatie downloaden via https://www.wrr.nl/publicaties/publicaties/2009/10/08/de-tijd-van-ons-leven

De Fontys Hogeschool lector dr. Tom Luken concludeert in zijn artikel De (on)mogelijkheid van zelfsturing dat de meeste jongeren niet in staat zijn tot zelfsturing omdat ze overzicht en autonomie missen. Hij ondersteunt zijn standpunt met inzichten uit hersenonderzoek w.o. dat van Crone en Mieras (zie de bronnenlijst op deze website). Volgens hem zijn rijping, levenservaring en de stimulans daartoe belangrijk om tot een idee van zelfregulatie te komen. http://www.sensybp.nl/documents/nieuwlerenenzelfsturing.pdf

In zijn oratie legt de hoogleraar Henk Aarts (2006) uit dat veel zelfsturing en doelbepaling helemaal niet zo bewust verlopen als we willen geloven. Het is goed om te beseffen dat veel van de dingen die onze studerende jongens doen onbewust wordt aangezet, o.a. door hun omgeving, door de mensen met wie ze omgaan, en door de mate waarin een bepaald doel een positieve associatie oproept. https://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/32859/aarts_2006_oratie.pdf?…1

Met de volgende link wordt u naar de oratie van prof.dr. Michiel Westenberg gebracht. Hij geeft in zijn dies oratie een mooi beeld van het wel en wee  van de adolescent in deze tijd en een ‘verklaring voor de eeuwenlange verwarring over de volwassenwording’ van jonge mensen.  ’Al bij de Romeinen stonden jonge mannen tot hun 25-ste onder begeleiding van een oude wijze man. (Daarna konden ze een gezin stichten.)’ https://www.leidenuniv.nl/nieuwsarchief2/content_docs/080208/oratie-westenberg.pdf
De tekst van de oratie wordt ook gegeven.

x